Walk on the wild side

Sinds kort werk ik in een niet nader genoemde Nederlandse winkel waar je alles van Jip en Janneke vindt. Niet fulltime, uiteraard. Na dit jaar loopt mijn studieloopbaan van zeven jaar af (en ja, ik had al huisarts kunnen zijn. Ik weet het, verdomme) en gooi ik me te grabbel op de arbeidsmarkt. Maar wie huur moet betalen omdat ze besloten heeft om op eigen benen te staan en de ouderlijke deur achter zich dicht te trekken, moet nu eenmaal pakken wat er te pakken valt. Ik ga heus niet klagen over mijn job, integendeel. Je vindt me achter de kassa, alwaar de voyeur in mij bij elke klant multiple mentale orgasmes krijgt. Het is een wonder dat mijn hoofd nog kan lopen.

De opgewekte grijns waarmee ik iedereen begroet, wordt dan ook enkel gevoed door mijn honger naar de inhoud van hun winkelmandje. Per dag krijg ik tientallen zwangere vrouwen voor mijn neus, al dan niet met reeds lawaaierige koters aan hun rokken die beginnen te schreeuwen als mama de rammelende aankopen uit hun handen neemt. Soms mogen de ukken zelf betalen. Dan staan ze met hun winterschoentjes op mijn toonbank en speel ik met graagte de kleuterjuf die hen centjes geeft en het kasticketje voor hun neus laat wapperen als ware het een slinger. Mama’s vinden dat leuk, ik na de zevende kleuter not so much. De ‘meegroeisweatpants’, tepelpads en borstpompen uit hun mandje zijn dan ook een uiterst doeltreffend anticonceptiemiddel.

De leukste klanten zijn de mannen. Die willen doorgaans geen zakje, want ze kunnen alles kwijt in de binnenzakken van hun jas. (Waarom heeft mijn jas geen binnenzak, vraag ik me dan af.) Ze kopen ook enkel de essentiële dingen. Hemden, kousen, ondergoed. Geen snoeprol uit het kassarek, hooguit een (niet-rammelend) speeltje voor de kleine. Ik glunder als ik hun ondergoed van de kapstokjes haal. Ik kan me nauwelijks bedwingen om niet afkeurend te kijken als ze witte katoenen slips kopen, maar het gaat dan meestal om bejaarde mannen wiens vrouw nog snel een paar huidkleurige steunkousen en inlegkruisjes tegen urineverlies op de toonbank gooit. “Als er niet meer geneukt wordt, moet er ook geen mooi ondergoed meer gekocht worden, nietwaar meneer?”
Mijn roekeloze alter ego was al lang haar job kwijt geweest.

Jongemannen hebben zo mogelijk nog een hogere entertainmentwaarde. Ze kopen fietssloten –en lampjes, mappen en balpennen, lakens en op tijd en stond (als het lief aan de arm hangt en schaapachtig naar zijn bakkebaarden staart) een geurkaars. Functionaliteit ten top. Gisteren stond er een alternatief exemplaar aan te schuiven en instinctief nam ik argeloos het doosje dat hij voor mij had neergelegd op en zoefde er met mijn scanner over (als het even rustig is, zit ik met mijn scanner over de grond en mijn eigen gezicht te gaan, kwestie van u even aan te tonen waarom ik niet zou kunnen leven met zo’n hersendodende job). Pas toen ik op mijn kassascherm keek, zag ik dat ik extra large condooms had ingescand. Ik werd instant rood – Royco kon er een puntje aan zuigen – en keek de jongeman smalend aan. Ik weet niet of hij stiekem knipoogde, dat kan ik me ook ingebeeld hebben. Ik schotelde hem de rekening voor en hij betaalde cash. Ik moest mijn kassa opnieuw opendoen omdat ik zijn wisselgeld was vergeten. Toen hij het doosje wegstopte in zijn binnenzak en wegliep van mijn kassa, bleef ik hem nog enkele seconden nakijken.

Ik herinner me al niet meer hoe hij eruitzag en ik was zelfs niet eens nieuwsgierig naar de lengte van zijn jongeheer. Ik was vooral benieuwd naar zijn avond en een tikkel jaloers op de lucky girl. Meer mannen zouden zijn mentaliteit moeten hebben. Mijn ervaring leert me dat niet elke kerel die reflex heeft. Het zou natuurlijk kunnen dat bovenstaand heerschap een ziekte heeft of van zinnens is om zijn 12-pack op een evenredig aantal vrouwen uit te proberen. Toch geloof ik graag dat hij simpelweg een exemplaar is met gezond verstand, net zoals de vent die mij drie weken geleden van mijn sokken blies (en dat mag u vrij letterlijk nemen).

De impulsieve beslissing om toen op de trein naar Antwerpen te springen, heb ik me nog geen seconde beklaagd. Ik wil mezelf graag beschouwen als een rationeel wezen. Zo eentje dat wikt en weegt, analyseert en beredeneerde keuzes maakt. Niets is minder waar. Ik leef instinctief en doe wat mijn emoties mij ingeven. Als dat betekent dat ik aan een bushalte zit te janken of over straat luidkeels meezing met mijn iPod, dan is dat zo. De anonimiteit van een stad is op zo’n momenten heel welkom. Zo lang ik achter de kassa mijn La Tourette-kantje onder de knoet kan houden, zie ik geen reden om te veranderen. Dat gezegd zijnde ga ik de douche en de stad van mijn leeuw eens uittesten, in beide gevallen zingend.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.