Help, I’m alive.

Mijn ambtenaarschap zit er bijna op. Nog een dag en ik mag mijn denkbeeldige grijze mantel aan de haak hangen. Nooit gedacht dat ik het zou missen. En ja, het is perfect mogelijk om al met heimwee ergens naar terug te kijken als het nog niet voorbij is.

Wat ik niet ga missen, is frikkin’ Internet Explorer. Het hele internetsysteem daar tout court, eigenlijk. Dat de federale overheid ervan overtuigd is dat onze productiviteit een boost zal krijgen als we niet kunnen streamen of chatten, kan enkel op mijn hoongelach rekenen. Ik heb me uren beziggehouden met blogs, Twitter, Facebook en Reddit. Dat komt ervan als je als ambitieuze studente in het lome ritme van de overheid terechtkomt. Als dagtaak krijg je dan een vertaalopdracht van twee A4-tjes en het ineenboksen van een powerpointpresentatie. Alsof je daar zeven uur mee kan vullen. Zucht.

Ik denk stiekem dat de rituelen het diepst onder mijn vel geslopen zijn. Zelfs het opstaan. Kwart voor zeven is nu ook niet zo onmenselijk. Het ritme zal welkom zijn als ik de komende maanden verdrink in de papers en de examens. Het wordt afkicken van mijn dagelijks perronritueel: vier minuten voor de trein aankomt nog een sigaret opsteken en gokken waar de deur zal stilstaan om vervolgens de compulsieve autist in mij te voelen juichen als dat voor mijn neus blijkt te zijn, net terwijl ik de laatste as aftik. Zelfs de herinnering aan de liters doorkijkkoffie zal op de meest vreemde momenten mijn hersenen prikkelen, gepaard met de rookpauzes in de enige ruimte op de zevende verdieping waar je uitzicht hebt over heel Brussel.

Het is absurd hoe ik details in mij opslorp. Ik kan me nauwelijks de naam van tig vluchtige verliefdheden herinneren, maar ik weet wel hoe we de kerk binnenslopen en hij het waagde om me te kussen nadat hij een offerkaars voor me had aangestoken (en ik ben niet godvrezend maar dat hij dat deed zonder te betalen, vond ik wel erg rebels).
Tot op het moment waarop onze lippen elkaar raakten, vroeg ik me af of ik zou merken dat hij een hazenlip had. Het antwoord is neen, maar zijn tong die als een droogtrommel tegen die van mij aanschuurde, zal steeds in mijn top tien van traumatische ervaringen gegrift staan.

In de categorie ‘het is u vergeven want ge waart nog klein’: de huisjes van mos en takjes die ik als kind op vakantie bouwde om de bij valavond gevangen vuurvliegjes een thuis te bieden om vervolgens als godzilla door hun dorp te stampen. Of mama en papa konijn uit hun respectievelijk kot halen en ze even laten ‘spelen’, mij maar al te bewust van de kijkhoeschattige gevolgen dat zou hebben. Ik was vroegrijp (en daarmee verwijs ik u met graagte door naar mijn vorige post).

Nu goed, vuurvliegjes geven geen licht meer als ze verpletterd zijn en de kleine konijntjes hebben we, vergezeld van een zelfvoldane kat, uiteengereten aan onze achterdeur teruggevonden. Ironisch genoeg loop ik nu stage bij de overheidsdienst Dierenwelzijn. Boetedoening, anyone?

Ik ga af op mijn instincten. Ik zou geen van mijn zintuigen willen missen. Zonder mijn reukvermogen zou ik niet heerlijk in slaap kunnen vallen met mijn kat naast mij, geurend naar het gras waar ze de hele dag in geravot heeft. Mocht ik niet meer kunnen smaken, zou ik gemakkelijker van het roken afraken, maar ik zou niet meer kunnen wegsmelten bij die bittere eerste slok koffie van de dag. Een gebrek aan gehoor zou me de emotionele ontlading ontnemen die Thom Yorke me bij de halfjaarlijkse bleitbui biedt. Ik heb mijn ogen nodig, want god behoede dat ik in bed duik met de kerel met de zwoelste stem van de keet om dan te merken dat op zijn rug meer haar ligt dan in mijn afvoerputje. Love isn’t thàt blind.

Mijn tastzin is mij misschien nog het dierbaarst van al. Een snaar voelen glijden tussen mijn vingers, een aai over een warrig mannenhoofd kunnen geven, een balpen op papier kunnen drukken… het is mij het spreekwoordelijk kingdom waard.

Godzijdank ben ik geen tien jaar later geboren. Ik voel me nog deel van een generatie die op haar eigen ritme groot kon worden. Nu zie ik kortgerokte meisjes van 14 met stilettohakken door Gent paraderen, of kliekjes die perfecte kopieën van elkaar zijn. Het gebrek aan identiteit en persoonlijkheid is zo intriest. Alsof de jachtigheid en de drang naar mooi, hip en belangrijk zijn ten koste moet gaan van je eigenwaarde.

Hoe meer ik de druk voel om me met grootse dingen bezig te houden, hoe meer ik compleet verloren loop.
“Koop een smartphone, dat is de toekomst!”
“Begin maar al te solliciteren want de arbeidsmarkt is genadeloos hard!”
“Stop met roken want je huid gaat er grauw en gerimpeld uitzien!”

Op zulke momenten hunker ik naar de dagen waarop ik, doodop van de lange wandeling waarbij ik steeds in zijn voetafdrukken wilde huppelen, op mijn vader zijn schouders zat en zijn baard voelde kriebelen tegen mijn kleinemeisjesknieën. Geborgenheid troef. Ik hoop van harte voor de jongelui van tegenwoordig dat de tijd niet te snel gaat om kostbare herinneringen vast te leggen. Ze komen van pas als je merkt dat rennen noch stilstaan een optie is.

Ondertussen betrap ik mezelf erop dat ik werkelijk overweeg om zo’n verduiveld immer bereikbaar kleinood aan te schaffen en cv’s te sturen naar de meest prestigieuze tijdschriften en kranten ter wereld. The only way is forward. Ik denk er nog even over na, hete doorkijkkoffie en smeulende sigaret in de hand, met zicht op bruisend Brussel.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.